Selecteer een pagina
aards lichaam
Van jongs af aan heb altijd huisdieren gehad. Ik hield toen al ontzettend veel van dieren. Naïef als ik was, dacht ik dat ik ze gelukkig maakte door hen liefde te geven en hen te vertroetelen. Achteraf gezien hebben veel van deze dieren helemaal geen goed leven gehad. Zoals Ricky, mijn parkietje. Hij mocht weliswaar af en toe ‘vrij’ rondvliegen in mijn slaapkamer, maar het merendeel van de tijd zat hij eenzaam opgesloten in een piepklein kooitje. Verder had ik vooral veel cavia’s. Soms hadden ze het geluk dat ik meerdere cavia’s tegelijk had, maar meestal sleten ze hun dagen in eenzaamheid. Als ik met de kennis die ik nu heb alles toch eens over kon doen…

Dat kan helaas niet. Omdat ik me achteraf schuldig voel voor de manier waarop ik in mijn onwetendheid zoveel dieren een echt gelukkig leven heb ontzegd, heb ik God om vergeving gevraagd. Ik hoop en verwacht dat ik ooit deze dieren weer mag ontmoeten op de nieuwe aarde en hen dan ook om vergeving kan vragen. Diverse teksten in de Bijbel geven mij de zekerheid dat ook het leven of de ziel van dieren na hun dood naar God terug gaat. Zoals bijvoorbeeld de tekst in 1 Korinthe 15 : 35 t/m 57. Ik citeer een gedeelte hiervan:

35 … Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. 37 En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. 38 God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. 39 Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en dat van een vis. … 42 Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, 43 wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam. 

Ik begrijp niet waarom veel dominees en voorgangers hun kerkgangers ervan proberen te overtuigen dat dieren geen ziel hebben. De dominees en voorgangers met wie ik in gesprek ben gegaan, waren er zonder uitzondering van overtuigd dat de dieren voor de mens geschapen zijn en dat de mens daarom met hen mag doen wat hij wil. Dat is totaal in tegenspraak met wat ik in de Bijbel lees.

Wat een hoogmoed om te geloven dat dieren alleen maar voor het nut van de mens geschapen zouden zijn! Voor de zondeval heeft God aan zowel de mens als de dieren een plantaardig dieet gegeven. God heeft een onvoorstelbare diversiteit aan diersoorten geschapen. En daarnaast ook de mens. De mens heeft als beelddrager van God de opdracht gekregen om de schepping te beheren. Niet als een despoot die de schepping uitbuit tot meerdere eer en glorie van zichzelf, maar als iemand die opkomt voor het zwakkere; voor mensen en dieren die niet voor zichzelf kunnen opkomen.

Ik bid dat God de ogen en harten van de veehouders opent, net als hij mijn ogen heeft geopend, voor het leed dat wij de dieren aandoen. Ik bid voor een opwekking in de kerken, waardoor christenen zich bewust gaan worden van Gods opdracht om goed voor zijn schepping te zorgen. Wat zou het geweldig zijn als christenen voorop gaan lopen in de strijd voor een rechtvaardige wereld, niet alleen voor mensen maar ook voor dieren en voor de hele schepping. Als beelddragers van God.

Ondertussen geloof ik dat al die miljarden dieren die worden uitgebuit in de vee-industrie, waarmee wordt geëxperimenteerd in laboratoria, die lijden onder goedbedoelde maar verkeerde zorg en al die andere dieren die lijden onder de gevolgen van de zondeval van de mens na hun dood ‘in onvergankelijke vorm worden opgewekt’. De nieuwe aarde is gevuld met een onvoorstelbaar aantal dieren.

Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.  (Romeinen 8 : 18 t/m 21)