Alles wat leeft is van God (Psalm 24 : 1)
Een plantaardig dieet voor mens en dier (Genesis 1 : 29)
Genesis 1
27. En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. 28. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen! 29. En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen. 30. Maar aan al de dieren van de aarde, aan alle vogels in de lucht en aan al wat over de aarde kruipt, waarin leven is, heb Ik al het groene gewas tot voedsel gegeven. En het was zo. 31. En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.
Nadat God de mensen geschapen heeft, geeft hij hen alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen als voedsel. Aan de dieren geeft hij de groene planten. Voor de zondeval was er geen dood; er werden dus ook geen dieren gegeten. Ook niet door andere dieren.
Ook op de nieuwe aarde zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn (Openbaring 21). Waarom zouden we dan – zeker als het niet nodig is – tijdens dit leven niet zoveel mogelijk proberen om niet te doden en hen op andere manieren pijn te doen?
Het eten van dieren is niet nodig. Het gebruiken van andere dierlijke producten, zoals melk, is niet nodig. Steeds meer wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat het zelfs helemaal niet gezond is en het risico op allerlei welvaartsziekten verhoogt. Het kunstmatig insemineren van dieren en vervolgens weghalen van hun kinderen zodat wij mensen de melk kunnen opdrinken levert bij dieren ‘rouw en jammerklachten’ op. Ik geloof dat dit op de nieuwe aarde dus ook niet meer gebeurt. En dat het dus niet goed is om dat nu wel te doen.
Hoop in een hopeloze wereld (Romeinen 8)
Sinds ik veganist ben geworden, heb ik gelukkig veel mensen ontmoet die ook plantaardig leven. Op Facebook ben ik lid geworden van diverse veganistische groepen. Het fijne hiervan is dat je je niet meer zo alleen voelt in je frustraties. Dat je mensen leert kennen die begrijpen wat jij voelt omdat zij dat zelf ook voelen. Die de pijn herkennen die je voelt als je weer eens met dierenleed geconfronteerd wordt. Of met de onverschilligheid of spot van anderen.
Een nadeel van Facebook vind ik wel dat er via vegan vrienden en groepen ook heel veel dierenleed voorbij komt. In verhalen, maar ook in afbeeldingen en video’s. Beelden die als ik ze eenmaal gezien heb nooit meer van mijn netvlies verdwijnen. Die zo keihard bij me binnenkomen, dat ik er langzaam maar zeker aan kapot ga.
Ik snap dat mensen die berichten plaatsen in de hoop hiermee anderen ervan te overtuigen dat ze ook vegan moeten worden. Met als uiteindelijke doel om dierenleed de wereld uit te krijgen. Een mooi streven. Ik heb zelf ook regelmatig de neiging om hetzelfde te doen…
Toch moet ik bekennen dat ik de berichten van een aantal van dergelijke Facebookvrienden inmiddels heb uitgezet. Ik wil graag vrienden met hen blijven, maar ik kan hun berichten niet meer aan. Ik ben al veganist en hoef niet meer ‘bekeerd’ te worden. Ik voel me machteloos als ik dat leed voorbij zie komen. En stukje bij beetje breekt mijn hart in steeds meer stukjes.
Nooit zal ik het beeld vergeten van de video van een levend gevilde hond. Het dier stond nog steeds op alle vier de poten, verkromd van de pijn. Maar het was vooral de blik in zijn ogen die me nooit meer los laat. Zelfs nu ik er – jaren later – over schrijf, word ik er weer misselijk van. En zo intens verdrietig… Hoe kunnen mensen dat een levend wezen aandoen?!
En dan vandaag, onontkoombaar omdat ze op zoveel verschillende kanalen zijn gedeeld: honderdduizend koppen, levend verbrand. De zoveelste stalbrand.
Ik verlang vaak naar de wederkomst van Jezus, waarbij Hij een einde zal maken aan alle pijn, aan onrecht en zelfs aan de dood. Tot die tijd klamp ik mezelf vast aan de belofte uit Romeinen 8 : 19 t/m 21, waar staat: De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. […] Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.
Ik vermijd zoveel mogelijk het plaatsen van dierenleed op deze website, al zou ik het wel graag doen om mensen wakker te schudden. Maar de meeste bezoekers van deze website hebben al genoeg dierenleed op hun netvlies staan.
Daarom hiernaast even een vrolijke foto als tegenhanger. Speciaal voor jullie. Dit is Balou. Niet mijn eigen hond, maar ik ga wel vaak met hem wandelen. Hij is altijd blij, vrolijk en stuiterend van de energie en dat werkt bij mij aanstekelijk. Ik hoop dat hij ook bij jullie even een glimlach op je gezicht brengt.
De belofte dat de schepping zelf – en dus ook de dieren – zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid… Dat staat dus letterlijk in de Bijbel!
Hoe kan het dan dat al die dominees, voorgangers en medechristenen maar blijven beweren dat dit niet zo is? Dat dieren geen ziel hebben.
In Genesis wordt voor de ziel van zowel de mensen als de dieren hetzelfde woord gebruikt: ‘nefesh’. Daaruit mag je volgens mij concluderen dat mensen en dieren eenzelfde soort ‘ziel’ hebben. En als dan in Romeinen 8 : 21 staat dat ook de schepping zelf zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt, hoe kun je dit dan ontkennen?
Deze belofte bevestigt voor mij dat God rechtvaardig is. Want wat moet ik met een God die wel redding zou bieden aan de mens, door wie de hele schepping in de ellende is gestort, maar die geen redding zou bieden aan de slachtoffers van die mens, de dieren en de hele schepping? Is dat rechtvaardig?
Ik dank God voor deze belofte, die mij troost geeft. Maar veel belangrijker: die ook aan de dieren een hoopvolle toekomst belooft. Hoe afschuwelijk hun leven en hun dood hier op aarde ook kunnen zijn, ook zij zullen worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zullen delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.
Een rechtvaardige zorgt goed voor zijn vee (Spreuken 12 : 10)

Zo heeft God het geschapen.
Waarom zou God dit zo geschapen hebben, als het Zijn bedoeling was dat we vervolgens het kind van de koe (dat van diezelfde Schepper het leven heeft gekregen) bij haar weghalen en surrogaatmelk geven omdat wij die koeienmelk op zouden moeten drinken!
U, HEER, bent de redder van mens en dier (Psalm 36 : 7)
Tja. Hoe duidelijk wil je het hebben. Ik heb weinig toe te voegen aan de tekst van vandaag. In een psalm die gaat over Gods liefde, trouw en rechtvaardigheid, wordt de redding van de dieren in een adem met de redding van de mensen genoemd. God ontfermt zich over hen allemaal. Psalm 36 : 7.
“6 HEER, hoog als de hemel is uw liefde, tot in de wolken reikt uw trouw, 7 uw gerechtigheid is als de machtige bergen, uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan: u, HEER, bent de redder van mens en dier.” (Nieuwe Bijbelvertaling)
“O HEERE! Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe. 7 Uw gerechtigheid is als de bergen Gods, Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.” (Statenvertaling)
“HEERE, Uw goedertierenheid reikt tot in de hemel, Uw trouw tot in de wolken. Uw gerechtigheid is als de machtige bergen, Uw oordelen zijn als de grote watervloed;mensen en dieren verlost U, HEERE.” (Herziene Statenvertaling)
“6 Here, hemelhoog is uw goedertierenheid, uw trouw reikt tot de wolken; 7 uw gerechtigheid is als de bergen Gods, uw gericht is een geweldige watervloed. Mens en dier verlost Gij, Here.” (NBG vertaling 1951)
“6 Hemelhoog, Heer, uw goedheid, uw trouw reikt tot de wolken; 7 als het gebergte Gods staat uw gerechtigheid, zoals de grote vloed zo nadert uw gericht. Gij wilt de mens, het dier, Heer, in uw heil doen delen.” (Willibrord vertaling)